Eind september ging de pilot ‘groepsarrangementen’ van start. Schoolleiders en intern begeleiders van zes scholen gingen met elkaar in gesprek over een centraal thema: hoe zorgen we ervoor dat alle kinderen een passende, thuisnabije plek in het onderwijs krijgen? Want ieder kind verdient een plek waar het tot bloei kan komen.
Waarom we starten met deze pilot
Plein 013 vindt het belangrijk dat leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoeften steeds vaker naar dezelfde school kunnen. Dat ze in dezelfde klas zitten en samen spelen op het schoolplein. Met deze pilot wil Plein 013 onderzoeken of een andere manier van arrangeren helpt om het geld voor ondersteuning efficiënter en effectiever in te zetten. Het streven hierbij is om niet alleen kinderen de juiste ondersteuning te bieden, maar juist om de hele basis van de school en de buurt te versterken. De vragen die centraal staan tijdens de bijeenkomsten en gedurende de pilot zijn: hoe kunnen we het proces dat de scholen nu doorlopen zo goed mogelijk ondersteunen? En wat werkt goed en wat kan beter bij het werken aan groepsarrangementen?
Onderzoek als motor voor verbetering
Het traject wordt begeleid door Nanke Dokter. Zij is verbonden aan het lectoraat van Fontys. In dit traject van Plein 013 helpt Nanke scholen vanuit een onderzoekende houding naar hun onderwijs te kijken. Daarbij stelt ze bijvoorbeeld de vraag: hoe kunnen we het beter doen?
“Inclusief onderwijs is een mooi streven, maar ook een grote taak voor de onderwijsprofessionals. Het is een flinke uitdaging om alle leerlingen de juiste ondersteuning te bieden. Tegelijkertijd willen we hen regulier onderwijs in de eigen buurt blijven bieden. Onderzoek helpt ons daarbij: het maakt inzichtelijk wat we nu doen en waar we kunnen verbeteren,” vertelt Nanke.
Belangrijke thema’s
Deze eerste bijeenkomst was vooral verkennend. Wat speelt er op de scholen en wat doen we nu al? We zien dat scholen kindgericht werken en actief zoeken naar passende ondersteuning. Scholen hebben bijvoorbeeld te maken met kinderen met extra ondersteuningsbehoeften ten aanzien van gedrag. Hoe ze daarmee omgaan? Tijdens de gesprekken kwamen verschillende manieren naar voren waarop scholen omgaan met complexe ondersteuningsvragen:
- Leerlingen verwijzen ze zelden door naar speciaal basisonderwijs. Er wordt gekeken hoe binnen regulier onderwijs een oplossing op maat mogelijk is.
- Ze begeleiden kinderen niet alleen educatief, maar ook in hun sociale en emotionele ontwikkeling. “Leren leven”, zoals een van de deelnemers het verwoordde.
- Binnen de scholen werken ze met eigen experts, bijvoorbeeld op het gebied van taal, rekenen en hoogbegaafdheid.
- Ze werken samen met zorgpartners, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van trauma bij een kind.
- Eén van de deelnemers geeft tot slot als voorbeeld: “Via ons leerplein is er ruimte voor verrijking zoals muziek, andere talen of techniek.”
Deze aanpak voorkomt een overstap naar het speciaal (basis)onderwijs. Tegelijk roept het fundamentele vragen op, zoals: hoe ver kun of moet je gaan om het onderwijs aan te passen voor een kind? Juist deze vraag raakt de kern van inclusief onderwijs. We willen immers dat kinderen niet uitvallen, maar opgroeien in een omgeving waar ze zichzelf mogen zijn, met alles wat ze nodig hebben om te leren en te leven. Daarom kijken we ook hoe we de context van ons onderwijs zo kunnen aanpassen dat meer kinderen kunnen (blijven) meedoen.
Uitdagingen
Tijdens de bijeenkomst kwamen ook belemmeringen naar voren. Een van de grootste uitdagingen is tijd. Leerkrachten komen tijd en handen tekort voor extra instructiemomenten. In de praktijk schieten reflectie en onderzoeksmatig werken er daardoor geregeld bij in. Er is dan ook behoefte aan structurele middelen, zodat andere professionals bepaalde taken kunnen overnemen. In dit traject maken we dus wél bewust tijd en ruimte. Samen bedenken we hoe we deze uitdagingen aangaan en hoe we de juiste ondersteuning duurzaam organiseren.
Aan de slag
Verder gingen we onder leiding van Nanke praktisch aan de slag met een spelbord. Daarbij bespraken we vragen als ‘wat is precies het probleem’, ‘welke leerlingen, leerkrachten en andere spelers zijn hierbij betrokken’, ‘wat is er eerder gedaan om het probleem op te lossen’ en ‘welke literatuur is er bekend over het probleem?’. Dit geeft inzicht en de mogelijkheid om prioriteiten te stellen.
Wat hebben we geleerd?
Aan het einde van de bijeenkomst blikten we samen terug. Wat hebben we geleerd? “We hebben duidelijke kaders gezet. Daardoor weten we beter hoe we aan de slag willen en waar de ontwikkelpunten liggen. Ook hebben we inzicht gekregen in waar de scholen op dit moment staan. Daarin kunnen we van elkaar leren. De uitwisseling van onze ervaringen is daarom heel waardevol. Even uitzoomen en tijd maken voor dit belangrijke thema.” Dat is precies wat nodig is om op de lange termijn het verschil te maken. Voor het kind dat nu in de klas zit, maar ook voor de generaties die daarop volgen.
De volgende keer
In de volgende bijeenkomst bouwen we hierop voort. We gaan met Nanke kijken naar kennisbenutting: hoe kunnen we gebruikmaken van onderzoek en expertise van professionals om onderbouwde keuzes te maken en beter onderwijs te geven?
Voorlopig is dit traject een pilot en werken er zes scholen mee: Basisschool Pendula, Basisschool De Regenboog, Basisschool De Stappen, De Cocon, Basisschool voor Daltononderwijs Helen Parkhurst en Rooms-Katholieke Basisschool De Bron. Zij worden vertegenwoordigd door in totaal ongeveer 12 schoolleiders en intern begeleiders. Tijdens de bijeenkomsten onderzoeken zij samen hoe inclusief onderwijs verder vorm kan krijgen. Dit pilottraject biedt de ruimte om van elkaar te leren, onderzoek te benutten en gezamenlijk te bouwen aan toekomstbestendig, inclusief onderwijs. Zo bouwen we stap voor stap aan een onderwijssysteem waarin ieder kind echt een plek vindt.