Aan tafel zitten Monique en Marsha, beiden al lange tijd werkzaam als kwaliteitscoördinator op De Sleutel, en Bram, directeur van de school. Ze spreken open over de weg die de school heeft afgelegd. “Jaren geleden was hier juist veel onrust,” vertelt Bram. “Gedrag escaleerde regelmatig en we kwamen nauwelijks toe aan waar het echt om gaat: goed onderwijs voor kinderen.”
Ontstaan uit noodzaak
De aanleiding voor verandering lag ongeveer tien jaar geleden. Een kritisch inspectierapport maakte duidelijk dat het gedrag op school structureel aandacht vroeg. Incidenten werden ad hoc opgelost, regels waren niet consequent en preventief werken kreeg onvoldoende vorm. “Het was voor niemand voorspelbaar,” vertelt Monique. “Niet voor kinderen, niet voor ouders en niet voor ons als team. Leerkrachten kwamen zelfs amper aan lesgeven toe.”
De school besloot dat het anders moest en zocht daarbij bewust expertise van buiten. In samenwerking met een expertisecentrum werd een gedragsbevorderingsprotocol ingezet. “Bij het expertisecentrum lag veel kennis over structuur, duidelijkheid en gedragsverwachtingen,” legt Marsha uit. “Maar we hebben het niet één-op-één overgenomen. Dat kan ook niet, want iedere school is anders. We hebben het samen ingevuld, passend bij onze school en onze leerlingen. Het protocol werd daarmee geen los document, maar een gezamenlijke afspraak over hoe je met gedrag omgaat. Wat verstaan we onder gewenst gedrag? Welke stappen zetten we als het misgaat? En vooral: hoe zorgen we dat iedereen dat op dezelfde manier doet?”
Het gedragsbevorderingsprotocol van OBS De Sleutel in het kort
Op OBS De Sleutel vormt het gedragsbevorderingsprotocol de basis van het dagelijks handelen. Marsha noemt het liever een ‘lifestyle’ dan een protocol: “Het beschrijft hoe we hier met elkaar omgaan.” Ze werken met vijf fases en beginnen bij fase 0: gewenst gedrag. Zolang leerlingen goed functioneren in de groep, denk aan luisteren, meedoen en rekening houden met anderen, is er ruimte om te leren en samen te werken.
Wanneer gedrag verandert, volgen stap voor stap duidelijke interventies. Van kleine bijsturingen in de klas (fase 1) tot tijdelijk apart werken in de klas of in een andere groep (fase 2 en 3). Bij fase 4 worden ouders betrokken en worden samen afspraken gemaakt over wat een leerling nodig heeft om weer mee te doen. De vijfde en zwaarste fase, schorsing, komt al een paar jaar niet meer voor. “Vroeger hadden we ernstige escalaties,” vertelt Bram. “Dat is nu verleden tijd. En dat komt niet doordat de populatie veranderd is. Het verschil zit in onze aanpak.”
Samen dragen: team, ouders en leerlingen
Vanaf het begin was duidelijk dat het protocol alleen kon werken als het breed gedragen werd. “Dit is geen trucje voor in de klas,” zegt Bram. “Het is een gezamenlijke werkwijze. Het team moet erachter staan, ouders moeten weten waar ze aan toe zijn en kinderen moeten begrijpen wat er gebeurt.”
Dat ging niet zonder hobbels. Ouders die al langer aan de school verbonden waren, moesten wennen aan de nieuwe aanpak. “Voorheen werd gedrag van een leerling soms laat of helemaal niet besproken,” vertelt Monique. “Nu waren er duidelijke fases en passende consequenties. Dat voelde in de beginperiode voor sommige ouders alsof hun kind ‘op het matje werd geroepen’.”
Langzaam veranderde de cultuur. Ouders merkten dat het protocol niet bedoeld was om te straffen, maar om gedrag aan te leren en veiligheid te creëren. Tegenwoordig wordt het protocol al bij de intake expliciet besproken met ouders. “Dat zorgt ervoor dat we vanaf het begin samen optrekken,” zegt Bram.
‘Als je een fase krijgt…’
Halverwege het gesprek stappen een paar leerlingen uit groep 5 de ruimte binnen. Marsha vertelt hen dat we het hebben over gedrag en ‘fases’. Hun reactie is veelzeggend. De kinderen weten precies waar het over gaat. “Als je een fase krijgt,” zegt één van hen, “dan weet je dat je iets anders moet doen.” Een ander vult aan: “Fase één of twee is niet zo erg, maar vier wil je echt niet.”
Ze lachen, maar het systeem is voor de kinderen heel duidelijk. Als een leerling een fase heeft ‘gekregen’ en het daarna is opgelost, start de leerling weer vanuit de basis met fase 0 en focus op gewenst gedrag. “Dat is belangrijk,” benadrukt Marsha. “Het incident wordt afgesloten. We blijven niet hangen in wat fout ging, maar kijken vooruit: wat heb jij nodig om het de volgende keer anders te doen?”
De petten van de kanjertraining
Tijdens het gesprek valt nog iets anders op dat veel zegt over hoe gedrag op De Sleutel leeft. In verschillende lokalen hangen de gekleurde petjes van de Kanjertraining: rood, geel, wit en zwart. Ze staan symbool voor verschillende manieren van omgaan met jezelf en de ander. Leerlingen leren via rollenspellen wat die ‘petten’ betekenen en herkennen ze ook bij zichzelf. Wanneer een leerkracht benoemt: ‘Welke pet heb jij nu op?’, begrijpen kinderen meteen wat er bedoeld wordt. Zo wordt gedrag bespreekbaar zonder oordeel en ontstaat er een gezamenlijke taal die door de hele school wordt gedragen.
Trots op wat het heeft gebracht
Waar het team zichtbaar trots op is, is wat het protocol mogelijk heeft gemaakt. “We kunnen weer echt lesgeven,” zegt Monique. “Dat klinkt misschien simpel, maar dat was het niet. We waren voortdurend bezig met brandjes blussen.”
De effecten zijn ook terug te zien in cijfers. Het aantal incidenten, schorsingen en verwijzingen naar speciaal onderwijs is sterk gedaald. Tegelijkertijd zijn de onderwijsopbrengsten gestegen. “Dat laat zien hoe belangrijk een stevige basis is,” zegt Bram. “Pas als kinderen zich veilig voelen en weten waar ze aan toe zijn, kunnen ze tot leren komen.”
Ook het imago van de school veranderde. Waar De Sleutel ooit bekendstond als een school waar ouders liever omheen liepen, is er nu sprake van positieve mond-tot-mondreclame. “Soms moeten we zelfs nee verkopen,” zegt Monique. “Dat hadden we vijftien jaar geleden niet kunnen bedenken.”
Leren van data en van elkaar
Het protocol is inmiddels stevig verankerd in de kwaliteitscyclus van de school. Fase 3 en 4 worden geregistreerd en geanalyseerd. In leerteams bespreken leerkrachten samen casussen en kijken ze wat nodig is. “We werken niet meer alleen op gevoel,” zegt Marsha. “We gebruiken data om te zien waar het goed gaat en waar we moeten bijsturen.”
Nieuwe leerkrachten worden intensief begeleid. Ze leren het protocol kennen, maar vooral ook dat ze er niet alleen voor staan. “We zijn samen verantwoordelijk voor alle leerlingen,” zegt Monique. “Je mag vragen stellen, overleggen en hulp inschakelen. Dat maakt het draagbaar.”
Tips voor andere scholen
Wat ze andere scholen zouden adviseren? Bram is duidelijk: “Zoek geen quick fix. Dit is geen interventie die je even invoert. Het is een werkwijze die je samen moet ontwikkelen en blijven onderhouden.” Volgens Marsha is het cruciaal om gedrag net zo serieus te nemen als leren. “Je verwacht ook niet dat kinderen zonder instructie kunnen rekenen. Gedrag moet je net zo goed aanleren, oefenen en herhalen.” En misschien wel het belangrijkste: doe het samen. “Zonder gedeelde normen en waarden werkt het niet,” zegt Monique. “Iedereen moet weten: zo doen we het hier.”
Verder kijken dan De Sleutel
Aan het einde van het gesprek deelt Bram nog een bijzonder gegeven. “Via een internationaal educatienetwerk kwamen laatst scholen uit België en Ierland bij ons kijken. Ze waren geïnteresseerd in de kwaliteit van ons onderwijs en de manier van lesgeven. Daarbij werd al snel duidelijk hoe belangrijk het is om eerst te werken aan gedrag en veiligheid, zodat er ruimte ontstaat om goed onderwijs te kunnen geven.”
Hij glimlacht. “Dat is mooi. Maar eigenlijk zouden we vooral scholen in onze eigen regio hiermee op weg willen helpen. Want wat wij hier hebben geleerd, past precies bij waar Plein013 voor staat: samen verantwoordelijkheid nemen, investeren in de basis en geloven dat goed onderwijs begint bij een veilige omgeving.”
Zou jij hier eens over in gesprek willen gaan? Neem gerust contact op met OBS De Sleutel!